6. Antennes en transmissielijnen
6.1 Antennetypen
6.1.1 Halvegolfantenne met voeding in het midden.
6.1.2 Halvegolfantenne met voeding aan het einde.
6.1.3 Gevouwen dipool.
6.1.4 Kwartgolf verticale antenne [groundplane].
6.1.5 Antenne met parasitaire elementen [Yagi].
6.1.6 Apertuurantennes (parabolische reflector, hoorn).
6.1.7 Dipool met sperkringen [traps].
6.2 Antenne-eigenschappen
6.2.1 Stroom- en spanningsverdeling.
6.2.2 Impedantie in het voedingspunt.
6.2.3 Capacitieve of inductieve impedantie buiten resonantie.
6.2.4 Polarisatie.
6.2.5 Richteffect, rendement en antennewinst.
6.2.6 Effectief uitgestraald vermogen [ERP, EIRP].
6.2.7 Voor/achterverhouding.
6.2.8 Horizontale en verticale stralingsdiagrammen.
6.2.9 Effectief opvangend oppervlak.
6.3 Transmissielijnen
6.3.1 Open lijn.
6.3.2 Coaxiale kabel.
6.3.3 Golfpijp.
| 6.3.4 Karakteristieke impedantie | $$ \left[ Z_{0} \right] $$ | . |
6.3.5 Verkortingsfactor.
| 6.3.6 Staandegolfverhouding | $$ \left[ SGV = { Z_{bel} \over Z_{0} } \right] $$ | | of | $$ \left[ SGV = { Z_{0} \over Z_{bel} } \right] $$ | . | |
6.3.7 Verliezen.
6.3.8 Balun.
| 6.3.9 Kwartgolf lijn als impedantietransformator | $$ \left[ {Z_{0}}^2 = Z_{in} • Z_{uit} \right] $$ | . |
6.3.10 Antenne aanpassingseenheid.