[ Welkom ] [ Het waarom ] [ QTH Locator ] [ PA4TON ] [ Examen eisen ] [ Examens 1 ] [ Examens 2 ]
[ Examens 3 ] [ Stel zelf samen ] [ Vragen per Module ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Statistieken ] [ Referenties ] [ Linkjes ]

1.1 Stroomgeleiding

Een aantal onderdelen zijn al uitgewerkt in Grootheden/Eenheden uit de Inleiding.In die gevallen is er ook een verwijzing opgenomen naar het betreffende onderdeel.

1.1.1 Geleider, halfgeleider en isolator.

Het gedrag van de elektronen, als onderdeel van een atoom bepaald of het materiaal een geleider, isolator of halfgeleider is.
Dit gedrag wordt uit gedrukt in soortelijke weerstand.

Geleider
Materialen waarvan de elektronen zich gemakkelijk verplaatsen, gelijden de elektrische stroom goed.
Voorbeelden zijn koper, zilver aliminium. De meeste metalen zijn goede gelijders.

Isolator
Materialen waarvan de elektronen zich niet verplaatsen, gelijden de elektrische stroom niet.
Voorbeelden zijn bakliet, perpex, glas.

Halfgeleider
Halfgeleiders zitten qua eigenschap van de elektronen tussen de gelijder en isolator.
Voorbeelden zijn silicium en gemanium.

1.1.2 Stroomsterkte, spanning en weerstand.

Zie ook onderdeel Grootheden/Eenheden

Stroomsterkte
Stroom is de hoeveelheid elektronen die langs een punt stromen in een complete elektrische stroomkring.
De internationale eenheid voor het meten van stroom is ampère (of amp).

Het drukt het aantal elektronen uit (ook wel 'elektrische lading' genoemd) dat gedurende een bepaalde tijd langs een punt in een circuit stroomt.

1 ampère = 1 coulomb elektronen ( = 6,24 triljoen (6,24 x 1018) elektronen, in 1 seconde langs één punt in een circuit stromen.


Spanning
Spanning is de druk die in een stroomkring wordt uitgoefend om geladen elektronen (stroom) door een geleidende lus te duwen.
Het doet de de stroom lopen.

De spanning is een ladingsverschil: op de ene plaats zijn meer elektronen aanwezig dan op een andere plaats.
Spanning wordt altijd tussen twee verschillende punten gemeten.

Spanning wordt uitgedrukt in volt (V) en in formules U.

Weerstand
De weerstand is het quotient van spanning (U) en stroom(I), met als eenheid de ohm.
Het is de mate van tegenstand die stroom ondervindt in een stroomkring.

Weerstand wordt weergegeven door de Griekse letter omega (Ω).

Alle materialen bieden een bepaalde mate van weerstand tegen stroom.

De ohm is vernoemd naar de Duitse natuurkundige Georg Simon Ohm (1784-1854), die de relatie tussen elektrische spanning, elektrische stroom en weerstand onderzocht.

1.1.3 De eenheden ampère, volt en ohm.

Zie bovenstaande paragraaf en onderdeel Grootheden/Eenheden

1.1.4 De wet van Ohm

De wet van Ohm is een empirische natuurkundige wet, genoemd naar de Duitse natuurkundige Georg Ohm, die een relatie legt tussen spanning, weerstand en stroomsterkte.

De wet van Ohm luidt als volgt:

De stroomsterkte door een geleider is recht evenredig met het potentiaalverschil tussen de uiteinden.

Het quotiënt van spanning en stroomsterkte is dus een constante. Deze constante wordt de weerstand van de geleider genoemd.
Formules$$ [ U = { I • R } ] $$
of
$$ I = { U \over R } $$
of
$$ R = { U \over I } $$
U = spanning in V, I = stroom in A en R is weerstand in Ohm.

1.1.5 De wetten van Kirchhoff.

Eerste wet van Kirchhof
$$ [ Σ I = 0 ] $$ Som van alle stromen in een knooppunt is nul.  

Tweede wet van Kirchhof
$$ [ Σ I • R + U = 0 ] $$ Rondgaande in een schakeling is de som van alle EMK’s (spanningsbronnen) en alle spanningsvallen (I*R) gelijk aan nul.  

1.1.6 Elektrisch vermogen .

Zie ook onderdeel Grootheden/Eenheden

Het vermogen is de hoeveelheid stroom die een elektronisch apparaat nodig heeft om te werken.
Het vermogen wordt uitgedrukt in Watt , in formules met de letter P.
Het is het de spanning (U) x de hoeveelheid stroom (I).
Formules: $$ [ P = { U • I } ] $$
of $$ [ P = I^2 • R ] $$
of $$ [ P = { U^2 \over R } ] $$.

1.1.7 De eenheid watt.

Zie bovenstaande paragraaf en onderdeel Grootheden/Eenheden

1.1.8 Elektrische energie.

Zie ook onderdeel Grootheden/Eenheden

De (eletrische) energie is de gebruikte hoeveelheid vermogen.
De maat eenheid voor energie is Wattseconden of joule(J) , in formules wordt de letter E gebruikt.

Het is het product van vermogen (P) x de tijd (t).


In het normale taalgebruik; het is de gebruikte hoeveelheid elektriciteit.


Formules: $$ [ E = { P • t } ] $$
of
$$ P = { E \over t } $$
of
$$ t = { E \over P } $$
.

1.1.9 De eenheid joule.

Zie bovenstaande paragraaf en onderdeel Grootheden/Eenheden

1.1.10 Capaciteit van een batterij [ ampère-uur]

Een ampère-uur is een eenheid voor elektrische lading. Het eenheidssymbool is Ah.
Het is de totale hoeveelheid lading die bij 1 ampère in 1 uur heeft gestroomd:

1 ampère-uur = 1 A × 3600 s = 3,6 × 103 C


Het is geen maat voor de energie in een batterij maar een gebruikelijke aanduiding voor de capaciteit van (oplaadbare) batterijen. Deze wordt meestal in Ah of mAh (= milliampère-uur) vermeld.


Referenties/bronnen:
VERON Leerboek voor de zend amateur
VRZA Cursus radio zend amateur
wiki/Ampère-uur
wiki/Elektriciteitswetten_van_Kirchhoff
wiki/Wet_van_Ohm