HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » C1980Voorjaar

C-Examen : 1988 Najaar (50 vragen).


Vraag 1


Volgens wettelijke bepalingen is een radiofrequentie- vermogensversterker (lineair):


gelijkgesteld met een zendinrichting
niet gelijkgesteld met een zendinrichting
alleen gelijkgesteld met een zendinrichting als deze versterker voor amateur- uitzendingen wordt gebruikt
alleen gelijkgesteld met een zendinrichting als deze versterker behoort tot het amateurstation


Vraag 2


Een zendamateur heeft een 2-meter zender met een vermogen van 10 W gebouwd.

De zender mag alleen gebruikt worden als:


de Radiocontroledienst hiervan in kennis is gesteld
de zender voldoet aan de technische eisen
de zender bij de Radiocontroledienst is gekeurd
bij de zender een verklaring van goedkeuring van de Radiocontroledienst aanwezig is


Vraag 3


De machtiginghouder dient in het register opgenomen gegevens van een zender te bewaren gedurende:


3 jaren, gerekend vanaf het moment dat deze zender geen deel meer uitmaakt van het amateurstation
2 jaren, gerekend vanaf het moment dat deze zender werd verplaatst naar een tijdelijk adres
2 jaren, gerekend vanaf het moment dat deze zender geen deel meer uitmaakt van het amateurstation
2 jaren, gerekend vanaf het moment dat deze zender die niet op het vaste adres stond opgesteld, geen deel meer uitmaakt van het amateurstation


Vraag 4


Een A machtiginghouder maakt zijn verbindingen met een vermogen van 80 W.
Zijn zender kan een maximaal zendvermogen leveren van 300 W.

De aanwezigheid van deze zender is:


niet toegestaan
toegestaan, als het zendvermogen is ingesteld op 200 W
toegestaan, als deze zender wordt uitgerust met een niet direct toegankelijke voorziening, die er voor zorgt dat het maximaal toelaatbare vermogen niet kan worden overschreden
toegestaan, als de zender wordt ingesteld op het maximale toegelaten zendvermogen


Vraag 5


Voor het gebruik van het amateurstation in de frequentieband 144-146 Mhz, geldt dat:


alle klassen van uitzending, zowel tijdens het experiment als bij identificatie, zijn toegestaan
alleen klassen van uitzending zijn toegestaan welke gebruikelijk zijn in de amateurdienst
alleen de klassen van uitzending zijn toegestaan welke voor identificatie van het amateurstation zijn voorgeschreven
alle klassen van uitzending zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de identificatie procedure