[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Per VRZA Hoofdstuk
» Nationale en internationale regelgeving
Nationale en internationale regelgeving (10 vragen).
Vraag 1
In de algemene bepalingen van de Telecommunicatiewet komt de volgende definitie voor:
'( - X ): eigenschap van apparaten, om op bevredigende wijze in hun elektromagnetische omgeving te kunnen functioneren zonder zelf elektromagnetische storingen te veroorzaken die ontoelaatbaar zijn voor alles wat zich in die omgeving bevindt.'
In plaats van ( - X -) staat:
elektromagnetische stoorongevoeligheid
elektromagnetische affiniteit
elektromagnetische compatibiliteit
elektromagnetische toegankelijkheid
Vraag 2
Een N-vergunninghouder wil bij een F-vergunninghouder zenden op een frequentie van 1297 MHz.
Dit gebruik is:
toegestaan, mits de N-vergunninghouder de roepletters van de F-vergunninghouder gebruikt
toegestaan, mits de F-vergunninghouder aanwezig is bij het radiozendapparaat
toegestaan, mits het zendvermogen maximaal 25 watt bedraagt
niet toegestaan
Vraag 3
De code QSB betekend:
de sterkte van het signaal veranderd
het signaal wordt gestoord door een ander station
de bandbreedte van het signaal is te groot
het signaal wordt gestoord door luchtstoring
Vraag 4
Voor roepletters van radiostations is aan Nederland de letterserie toegewezen:
PHA t/m PKZ
PNL t/m PST
PAA t/m PIZ
PIZ t/m PKZ
Vraag 5
Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:
de zendfrequentie zo stabiel mogelijk is
de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden
het maximum zendvermogen niet wordt overschreden
het zendvermogen constant blijft