[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Per VRZA Hoofdstuk
» Meten en meetinstrumenten
Meten en meetinstrumenten (10 vragen).
Vraag 1
Over een meter worden vaak 2 siliciumdiodes tegengesteld parallel geschakeld.
Dit wordt gedaan om:
de meter te beveiligen tegen overspanning
de meter geschikt te maken voor het meten van gelijkspanning
de karakteristiek van de meter te verbeteren
de meter geschikt te maken voor het meten van wisselspanning
Vraag 2
Een wisselstroom met een frequentie van 14 MHz in een draad van een open voedingslijn kan gemeten worden met een:
in de draad opgenomen koolweerstand van 1 Ω en hierover een draaispoelmeter
dipmeter
in de draad opgenomen koolweerstand van 1 Ω en hierover een draaispoelmeter in serie met een diode
staandegolfmeter
Vraag 3
Een voor gelijkspanning geijkte draaispoelmeter wordt via een diodebrug aangesloten op een sinusvormige wisselspanning van 1 kHz.
De meter wijst van de spanning tussen A en B aan:
de momentele waarde
de gemiddelde waarde
de effectieve waarde
de maximale waarde
Vraag 4
Om het opgenomen vermogen van de zender zo nauwkeurig mogelijk te meten, dient de weerstand van de respectievelijke meetinstrumenten te zijn:
A-meter laag; V-meter laag
A-meter hoog; V-meter hoog
A-meter laag; V-meter hoog
A-meter hoog; V-meter laag
Vraag 5
Een zendereindtrap is afgesloten met een belastingsweerstand.
Het afgegeven hoogfrequentvermogen wordt bepaald door vermenigvuldiging van de waarden aangewezen door de meters:
1 en 4
2 en 3
3 en 4
1 en 2