[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Per VRZA Hoofdstuk
» Meten en meetinstrumenten
Meten en meetinstrumenten (10 vragen).
Vraag 1
Een voltmeter dient een zeer hoge impedantie te hebben opdat:
de te meten spanning zo weinig mogelijk wordt beïnvloed
een hoogfrequente spanning kan worden gemeten
er geen warmte in de meter ontwikkeld wordt
de meter beter beveiligd is
Vraag 2
De stroom die een gelijkstroomvoeding levert wordt met een universeelmeter gemeten.
De meter gedraagt zich als een:
isolator
ideale geleider
weerstand met hoge waarde
weerstand met lage waarde
Vraag 3
Een multimeter heeft een gevoeligheid van 20 kΩ/V. De meter is geschakeld op het 10 volt bereik.
De meter wijst 7 volt aan.
De eigen weerstand van de meter is:
200 kΩ
14 kΩ
140 kΩ
20 kΩ
Vraag 4
De gevoeligheid van een niet-elektronische universeel meter is ongeveer:
gelijkspanning: 20 kΩ/V; wisselspanning: 2 kΩ/V
gelijkspanning: 400 kΩ/V; wisselspanning: 100 kΩ/V
gelijkspanning: 1000 kΩ/V; wisselspanning: 250 kΩ/V
gelijkspanning: 100 kΩ/V; wisselspanning: 25 kΩ/V
Vraag 5
Een voltmeter met een meetbereik van 60 volt heeft een gevoeligheid van 10 kΩ/V.
Het meetbereik kan worden vergroot tot 300 volt door een voorschakelweerstand van:
2400 kΩ
3000 kΩ
40 kΩ
50 kΩ