[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Per VRZA Hoofdstuk
» Radio: ontvangers, fasevergrendelende lus, digitale radio
Radio: ontvangers, fasevergrendelende lus, digitale radio (10 vragen).
Vraag 1
Een signaalsterkte wordt gerapporteerd als 'S-9 plus 20 dB'.
Indien van de beluisterde zender het vermogen wordt gereduceerd van 150 W naar 15 W,
dan behoort het signaalsterkte rapport te zijn:
S-9 plus 10 dB
S-9
S-9 plus 30 dB
S-9 plus 20 dB
Vraag 2
Een ontvangen signaalsterkte rapport is 'S-9 plus 20 dB'.
Indien van de beluisterde zender het vermogen wordt verhoogd van 4 W naar 400 W, dan behoort het signaalsterkte rapport te zijn:
S-9 plus 10 dB
S-9 plus 30 dB
S-9 plus 40 dB
S-9
Vraag 3
Een gevoelige CW-ontvanger voor de 28 MHz band heeft omschakelbare middenfrequentfilters.
Als de middenfrequent bandbreedte wordt omgeschakeld van 500 Hz naar 1000 Hz, dan zal het ruisvermogen aan de ingang van de productdetector:
verdubbelen
verviervoudigen
halveren
gelijk blijven
Vraag 4
Een hf-ontvanger met een doorlaatbandbreedte van 300 Hz ontvangt een CW-signaal (A1A).
De signaal-ruisverhouding aan de uitgang bedraagt 20 dB.
Als de doorlaatbandbreedte wordt overgeschakeld naar 3000 Hz, wordt bij gelijkblijvende versterking de signaalruisverhouding:
is niet te bepalen
kleiner
groter
ongewijzigd
Vraag 5
Het uitgangsignaal van een hf-telefonie-ontvanger heeft bij ontvangst van een EZB-signaal een signaallruisverhouding van 20 dB.
Om de uitgangsspanning te verhogen, wordt de versterking van de lf-versterker 6 dB vergroot.
De gemiddelde signaal / ruisverhouding aan de uitgang is nu:
14 dB
20 dB
6 dB
26 dB