[ Welkom ] [ Het waarom ] [ QTH Locator ] [ PA4TON ] [ Examen eisen ] [ Examens 1 ] [ Examens 2 ]
[ Examens 3 ] [ Stel zelf samen ] [ Vragen per Module ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Statistieken ] [ Referenties ] [ Linkjes ]

Module : Transformatoren


Totaal aantal vragen : 9

Vraag 1
Een dipoolantenne met een impedantie van 300 Ω wordt met behulp van een transformator aangepast aan een coaxkabel van 75 Ω.

De wikkelverhouding van de transformator is:


Kies het juiste antwoord:
1 : 1
1,4 : 1
2 : 1
4 : 1

Vraag 2
De transformator heeft twee gelijke wikkelingen.

De impedantie Z voor wisselstroom is:



Kies het juiste antwoord:
100 Ω
200 Ω
50 Ω
400 Ω

Vraag 3
In de weerstand wordt een vermogen van 1 watt gedissipeerd.

I1 is dan:



Kies het juiste antwoord:
200 mA
50 mA
25 mA
100 mA

Vraag 4
De transformator heeft N1 = 20 windingen en N2 = 100 windingen.

De ingangsimpedantie Z1 is:



Kies het juiste antwoord:
24 Ω
3 kΩ
120 Ω
15 kΩ

Vraag 5
Iemand wil een gloeilamp van 12 V/10 W voeden uit het 230 V net.
Er staan twee gelijke transformatoren ter beschikking van elk primair 115 V en secundair 6 V/1 A.

De juiste schakeling is:



Kies het juiste antwoord:
schakeling 4
schakeling 1
schakeling 3
schakeling 2