[ Welkom ] [ Het waarom ] [ QTH Locator ] [ PA4TON ] [ Examen eisen ] [ Examens 1 ] [ Examens 2 ]
[ Examens 3 ] [ Stel zelf samen ] [ Vragen per Module ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Statistieken ] [ Referenties ] [ Linkjes ]

Module : Transformatoren


Totaal aantal vragen : 10

Vraag 1
In de weerstand R1 wordt 2 watt en in de weerstand R2 wordt 20 watt gedissipeerd.
De transformatoren zijn ideaal.

De stroom I is:



Kies het juiste antwoord:
9 mA
182 mA
91 mA
100 mA

Vraag 2
De transformator is verliesvrij.
Als de schakelaar in stand 1 staat, is de stroom door de ampèremeter 9 ampère.

Zetten we de schakelaar in stand 2, dan is de stroom door de ampèremeter:



Kies het juiste antwoord:
9 A
3 A
1,5 A
4,5 A

Vraag 3
Een variac is in principe een autotransformator.
De knop van de variac wordt zodanig gedraaid dat n1 = 100 windingen en n2 = 200 windingen.

U1 is dan:



Kies het juiste antwoord:
48 V
240 V
60 V
80 V

Vraag 4
Om deze schakeling te kunnen maken beschikt u over 4 trafo's met verschillende wikkelverhoudingen.
U wenst een onbelaste uitgangsspanning van 10 V zo dicht mogelijk te benaderen.

U kiest een transformator met een wikkelverhouding van:



Kies het juiste antwoord:
31 : 1
5,5 : 1
22 : 1
44 : 1

Vraag 5
De impedantie Z bedraagt:



Kies het juiste antwoord:
10 kΩ
1 kΩ
10 Ω
100 Ω