[ Welkom ] [ Het waarom ] [ QTH Locator ] [ PA4TON ] [ Examen eisen ] [ Examens 1 ] [ Examens 2 ]
[ Examens 3 ] [ Stel zelf samen ] [ Vragen per Module ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Statistieken ] [ Referenties ] [ Linkjes ]

Module : Oscillatoren


Totaal aantal vragen : 10

Vraag 1
Om een oscillator elektrisch te verstemmen wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een:


Kies het juiste antwoord:
LED
diodenbrug
varicapdiode
zenerdiode

Vraag 2
In de oscillatoren X en Y wordt frequentiemodulatie verkregen door eenzelfde laagfrequentsignaal.
Behalve de aangegeven condensatoren hebben alle overeenkomstige onderdelen dezelfde waarde.

Welke bewering is juist?



Kies het juiste antwoord:
X geeft een kleinere frequentiezwaai dan Y, en de oscillatorfrequentie van X is hoger dan die van Y
X geeft een kleinere frequentiezwaai dan Y, en de oscillatorfrequentie van X is lager dan die van Y
X geeft een grotere frequentiezwaai dan Y, en de oscillatorfrequentie van X is lager dan die van Y
X geeft een grotere frequentiezwaai dan Y, en de oscillatorfrequentie van X is hoger dan die van Y

Vraag 3
Bij de oscillator is de faseverschuiving tussen de punten X en Y (beide gemeten t.o.v. aarde):



Kies het juiste antwoord:
270°
180°
90°

Vraag 4
Welke schakeling oscilleert op de resonantiefrequentie van de LC-kring?



Kies het juiste antwoord:
uitsluitend schakeling X
geen van beide schakelingen
zowel schakeling X als schakeling Y
uitsluitend schakeling Y

Vraag 5
Deze LC-oscillator blijkt niet te werken.
De gelijkspanning wordt op enkele punten gemeten; de waarden staan in het schema.

Het waarschijnlijke defect is:



Kies het juiste antwoord:
R2 onderbroken
L2 onderbroken
L1 kortgesloten
C3 kortgesloten